Search This Blog

Tuesday, 29 October 2013

SWOT-analyse van de Icedôme Almere, naar aanleiding van het interview van Ernst’s Economy met Folkert Buiter

Dit is voorlopig het laatste artikel over de Icedôme in Almere en ook voorlopig het laatste artikel in het Nederlands. Ik heb deze serie artikelen ook in het Nederlands geschreven, vanwege het belang van dit plan voor mijn stad Almere en voor de toekomst van het schaatsen in Nederland.

Hierna zal het echter weer ‘business as usual’ zijn voor deze blog: alle artikelen zullen weer uitsluitend in het Engels verschijnen. Wel hoop ik dat lezers die via de Icedôme kennis hebben gemaakt met ‘Ernst’s Economy for You’ ook in de toekomst nog eens een kijkje komen nemen.

Ik heb de afgelopen week veel over de Icedôme gedacht en ondanks mijn enthousiasme voor de stoutmoedigheid van de Icedôme-plannen en de openheid van Folkert Buiter, zie ik toch nog een aantal ‘beren en tijgers’ op de weg.

Deze beren en tijgers wil ik bespreekbaar maken via een SWOT-analyse: een analyse van de sterktes, zwaktes, mogelijkheden en bedreigingen. Enerzijds omdat ik dat als belofte aan Folkert Buiter heb gedaan en anderzijds omdat dit een goede manier is om het Icedôme plan op zijn juiste waarde te schatten.

Hieronder zal de SWOT-analyse worden beschreven.

Sterke punten / Strenghts

1.    De stoutmoedigheid en doordachtheid van de plannen ten aanzien van de Icedôme
Je kunt zeggen dat alleen mensen en plannen met durf dingen bereiken, die anderen niet voor mogelijk houden. Wat dat betreft heeft de Icedôme zeker een streepje voor.

Dat Folkert Buiter niet de indruk wekt een ‘zweefmolen’ te zijn (in tegendeel), spreekt hierbij zeer in zijn voordeel.

Het plan ten behoeve van de Icedôme is een grondig doordacht en goed uitgewerkt en onderzocht plan, hetgeen de slagingskansen zeer vergroot.

2.    Particulier plan

Een andere, zeer belangrijke sterkte van dit plan is het feit dat het een particulier plan is.

Niet uitgedacht door een gemeenteambtenaar die risicoloos mag gokken met ‘het geld van andere mensen’,  maar door ondernemers die bereid zijn dit plan ten eigen bate en risico uit te voeren. Een plan heeft een betere kans van slagen als mensen bereid zijn ervoor te knokken.

3.    Ligging bij Schiphol en ‘metropool’ Amsterdam

Almere is een stad met een centrale ligging in Nederland, waardoor zeer veel Nederlanders binnen een uur reizen bij het stadion kunnen zijn. Daarnaast is de Icedôme vanaf  ‘metropool’ Amsterdam en vanaf Schiphol binnen een half uur te bereiken. Dat is een ontegenzeggelijk voordeel, ten opzichte van (met name) Thialf dat echt in een uithoek van Nederland ligt. Dat laatste geldt (in mindere mate) ook voor Zoetermeer. Ook de ligging nabij een aantal grote en centrale snelwegen (A1, A2, A6, A9 en A27) spreekt zeer in het voordeel van de Icedôme.

4.    Ambities met betrekking tot het leveren van diensten

De Icedôme wordt geen schaatsbaan, maar een sport- en evenementenpark waarin liefhebbers van uiteenlopende sporten – schaatsen, short-tracken, kunstschaatsen, curling, turnen, dansen, skeeleren en triathlon – hun sport kunnen beoefenen en plezier kunnen beleven.

Ook biedt het park ruime mogelijkheden voor de organisatie van evenementen. Dit zorgt ervoor dat de Icedôme ook in de zomermaanden een gewild uitstapje kan blijven, in tegenstelling tot andere schaatsbanen.

5.    Geen aanbesteding noodzakelijk

Het feit dat het park door belanghebbenden van het project – BAM Utiliteitsbouw en Van Wijnen – zelf gebouwd wordt, zonder aanbesteding, verkleint de kans op nare, financiële verrassingen achteraf, als gevolg van te optimistische begrotingen.

BAM en Van Wijnen zijn niet alleen verantwoordelijk voor de bouw, maar ook voor de succesvolle exploitatie. Hoe minder zij van hun bouwbegroting afwijken, des te groter is de kans op succes voor henzelf.

6.    De betrokkenheid van serieuze partijen als mogelijke partner

Het feit dat een gerenommeerd en gerespecteerd bedrijf als de ‘Anschutz Entertainment Group’ (AEG) geassocieerd wil worden met een project als de Icedôme in Almere, is een zeer bemoedigend signaal. Het bewijst dat dit plan zoveel meer is dan louter een luchtkasteel van een dromer.

AEG heeft veel ervaring met de uitbating van sportstadions, sportclubs en entertainment en zou een ongelooflijk sterke partner betekenen voor de Icedôme.

7.    Feit dat er geen gemeenschapsgeld mee gemoeid is.

De Icedôme zal – zoals het er nu naar uitziet – zonder geld van de belastingbetaler gerealiseerd worden.

Dit is een voordeel in een stad als Almere, die in het verleden meerdere malen te lijden had van overspannen verwachtingen en slecht inzicht met betrekking tot commercieel vastgoed en de ambities van haar inwoners. Een stad die daardoor ook een erg grote leegstand van commercieel vastgoed en winkelruimte kent.

Tegelijkertijd schept dit de verplichting van de ontwikkelaars om dit plan volledig af te ronden en het niet in schoonheid te laten sterven.

8.    De groenheid en energiezuinigheid van de plannen.

Als de Icedôme inderdaad zo ontwikkeld wordt als Folkert Buiter dit voor ogen ziet – met o.a. volledige LED-verlichting en hergebruik van opgewekte warmte-energie –,  dan wordt het gebouw een milieuvriendelijk en energiezuinig baken in de sportwereld.

Naast energiezuinigheid als voorbeeldfunctie, maakt dit ook de kans op een succesvolle exploitatie groter:  energie als één van de grootste kostenposten wordt dan aanzienlijk – ongeveer €750.000 per jaar – gereduceerd.

Zwakheden / Weaknesses

1.    De Icedôme als kerstboom

Hoewel de combinatie van multi-sport sportcentrum (schaatsen, short-tracken, kunstschaatsen, curling, dansen, turnen, inline skaten en fitness), evenementencentrum, topsporthotel en –restaurant, sport-medisch centrum en (universitair) opleidingscentrum, een garantie lijkt voor stabiele bezoekersaantallen gedurende het hele jaar, schuilt hierin ook een gevaar.

De Icedôme Almere dreigt in de huidige opzet een nogal topzwaar concept te worden, waardoor gebrek aan focus op de loer ligt: het gevaar voor de Icedôme een ‘jack of all trades, but master in none’ te zijn (manus-van-alles, maar echt goed-in-niets).

Er zal altijd goed gekeken moeten worden welke belangen het zwaarst wegen. Hierbij zullen de sportieve belangen (bv. van de professionele langebaanschaatsers) kunnen botsen met de financiële belangen van de exploitanten. Dit kan tot spanningen binnen de geledingen van de organisatie leiden.

Daarnaast zal het een heidens karwei zijn de onderdelen van de Icedôme alle even winstgevend te krijgen. Een paar ‘bleeders’ (verlieslatende onderdelen) – als gevolg van te laag ingeschatte kosten of tegenvallende bezoekersaantallen – kunnen de exploitatie én winstverwachting van de gehele Icedôme op zijn kop zetten.

2.    De geprognotiseerde bezoekersaantallen

De geprognotiseerde aantallen bezoekers (die ik in een vertrouwelijke sheet heb mogen bekijken) van tussen de 1,6 en 2,1 miljoen bezoekers per jaar, lijken op zich niet onredelijk te zijn opgebouwd.

Wel is er in mijn ogen gekozen voor een te hoog aantal bezoekers/deelnemers per sportevenement of trainingssessie en voor een te groot aantal sessies op jaarbasis in de diverse sporten; zeker voor sporten, zoals kunstschaatsen, schaatsen en short-tracken, die erg geassocieerd worden met de winter en die nu voor meer dan de helft van het jaar geboekt worden.

Zeker in de eerste jaren zal het opbouwen van bekendheid en attractiviteit (de X-factor) een enorm karwei worden voor de Icedôme: na een waarschijnlijk overweldigende start (als gevolg van de ‘nieuwheid’ van het complex) zullen de bezoekersaantallen na een aantal weken terugzakken, waarna deze pas na een aantal jaren weer zullen verbeteren tot aan de geprognotiseerde aantallen.

Ik stel mij de toename van de bezoekersaantallen na opening van de Icedôme als volgt voor:
Geprognotiseerde bezoekersaantallen en opbrengsten
Icedôme 2016-2026
Eigen berekeningen Ernst Labruyère
Klik om te vergroten

3.    Het terugverdienen van de hoge investeringen tijdens de opbouwfase

In de eerste jaren zullen de afschrijving en de exploitatiekosten van het €200 miljoen euro kostende complex zwaar wegen, omdat er waarschijnlijk nog (te) weinig omzet – als gevolg van nog opbouwende bezoekersaantallen – tegenover zal staan.

Tegelijkertijd zal de 24ux7 dagen open-formule van de Icedôme ervoor zorgen dat er dag en nacht minimaal een skeleton-crew van ca. 20 mensen aanwezig moet zijn in de sporthallen, fitness-centrum, restaurant en sporthotel. 

Overdag en vooral op piekmomenten is dit aantal natuurlijk vele malen hoger, waardoor de kosten navenant zullen toenemen.

Door beide facoren zullen de eerste vijf jaren aanzienlijke verliezen geleden worden (in mijn prognose (!)), zoals in de volgende grafiek valt te zien:

Grafiek gebaseerd op bovenstaande tabel
Gemaakt door Ernst Labruyère
Klik om te vergroten

Ik verwacht dat met name in de periode van 2016 – 2020 een verlies van maximaal €22 miljoen (in totaal) geleden zal worden, omdat de inkomsten nog niet opwegen tegen de kosten. Hoewel deze verliezen natuurlijk compensabel zullen zijn voor de belastingen, kan hiervan een demotiverende werking uitgaan voor potentiële exploitanten, die over de nodige financiële veerkracht moeten beschikken.

4.    Gevoeligheid voor minder renderende onderdelen

Het concept van de Icedôme, met zijn vele mogelijkheden en activiteiten, draagt met zich mee, zoals al eerder aangegeven, dat niet alle onderdelen even rendabel zullen zijn.

Hoewel dit natuurlijk sterk van de kwaliteit van de exploitanten afhangt, zullen enkele onderdelen wellicht bleeders worden, omdat deze te weinig bezoekers trekken en daardoor te weinig revenuen opleveren. Dit hoeft een totale winstgevende exploitatie niet in de weg te staan.

Mochten er echter teveel bleeders komen, dan is de continuïteit van het hele project in gevaar. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan het topsport-hotel en topsport-restaurant (hoge operationele kosten vs onzekere inkomsten), de turn- en kunstschaatshal en het fitness-centrum (hiervoor is al zeer veel concurrentie aanwezig).

5.    MKB-bedrijven die zich nog steeds in zeer zwaar weer bevinden

Een retailpark dat aansluit bij de activiteiten van de Icedôme kan een kans bieden aan gespecialiseerde sport- en leisurewinkels, omdat de Icedôme een doelgericht en ‘verwend’ sportpubliek trekt dat bereid is hoge(re) bedragen aan hun hobby of beroep te spenderen.

Aan de andere kant is dit nog steeds een zeer slechte tijd voor de detailhandel en staan er vele winkels leeg in Almere en in andere steden. Het is niet mijn verwachting dat in deze situatie snel verbetering komt.

Hoewel in 2016 – als de Icedôme geopend moet worden – de economie al weer stevig aangetrokken kan zijn, is dit nog allerminst zeker. Daarbij laat de consumptie in Nederland nu al sinds het begin van de crisis zwaar te wensen over, als gevolg van jaren van loonmatiging en de onzekere vooruitzichten voor de toekomst.

Het openen van weer een nieuw winkelcentrum met ook nog hooggespecialiseerde winkels is dan onbetwist een risicofactor.

6.    Afhankelijkheid van indirecte subsidies

Folkert Buiter gaf in het interview aan dat er geen cent aan gemeenschapssubsidie in de Icedôme zelf mag worden gestoken, omdat dit als ongeoorloofde staatssteun kan worden aangemerkt. Dit is nobel en verstandig.

Tegelijkertijd sprak hij tijdens het interview de hoop uit, dat de gemeente Almere zou investeren in professionele en recreatiesport en in onderwijs:
 
  • door het subsidiëren van sportverenigingen en schoolsport, die vervolgens hun subsidiegeld in de Icedôme zouden spenderen;
  • door het ondersteunen van de internationale school en het stimuleren van de komst van universiteiten en het Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO). 

Beide doelstellingen zullen aanzienlijke investeringen voor Almere betekenen, terwijl veel gemeentes (en dus waarschijnlijk ook Almere) al krap bij kas zitten, terwijl ze tegelijkertijd een omvangrijk extra takenpakket van de overheid hebben gekregen.

Het uitgeven van extra middelen aan sportsubsidies en sportonderwijs zou op onbegrip bij de Almeerse burgers kunnen rekenen, die de afgelopen jaren al veel extra belastingen en kosten hebben moeten betalen (o.a. parkeren).


Naast deze sterktes en zwaktes zijn er ook nog de mogelijkheden en bedreigingen:

Mogelijkheden/Opportunities

1. De Icedôme kan echt een banenmotor voor Almere zijn als het plan inderdaad de hoeveelheid positieve energie genereert, die het beoogd.

2. De faciliteiten in de Icedôme voor short-tracken en kunstschaatsen kunnen deze kleine sporten voor Nederland, die tegelijkertijd wel groot zijn in het buitenland, een enorme boost geven. Dit geeft zonder twijfel extra mogelijkheden voor een winstgevende exploitatie van de Icedôme.

3. Als de Icedôme Almere inderdaad oplevert wat ze nu belooft, kan dit complex ook voor buitenlandse sporters een zeer veelgevraagde omgeving vormen. Dit draagt dan zeer bij aan een winstgevende exploitatie.
 
4. De business paviljoens kunnen een langdurige en stabiele stroom van inkomsten opleveren. Als de vraag hiernaar inderdaad zo groot is als Buiter in het interview aangeeft, dan kan dit een zeer lucratieve inkomstenbron betekenen.

5. De Icedôme is bijna 24 uur per dag open, gedurende bijna het hele jaar. Naast een kostenverhogende eigenschap is dit ook wel een enorme en ongekende kans om extra inkomsten te genereren, omdat bezoekers vrijwel nooit nul op het rekest krijgen en op ieder moment van de dag terecht kunnen. Sporters die nu door hun werk niet in de gelegenheid zijn te sporten, zullen dit met de Icedôme wél kunnen.

6. Het bieden van zeer ruime timeslots voor zowel professionals als amateursporters. Dit draagt bij aan het vorige punt. Met andere woorden, de Icedôme zal recreanten en amateursporters, maar ook professionals – op welk gebied dan ook – zelden nee hoeven te verkopen. Dit kan een belangrijke bijdrage bieden aan de populariteit van het complex.

7. De mogelijkheden die het stadion biedt voor het organiseren van allerlei evenementen, bijvoorbeeld op het gebied van klassieke en populaire lichte muziek. Qua grootte en bezoekersaantallen zit de Icedôme daarnaast tussen de Ziggodome en de Amsterdam Arena in en kan daardoor soelaas bieden voor evenementen waarvoor de Arena net te groot is of een te slechte akoestiek biedt. Als de akoestiek inderdaad even goed zal zijn als beloofd in de ontwerpfase, dan kan dit een stabiele generator van extra inkomsten betekenen.

Bedreigingen / Threats

1. Betrouwbaarheid van de KNSB in combinatie met de nog steeds aanwezige ambities van Thialf.

Het afgelopen weekend had BNR een interview met Eelco Derks, de directeur van Thialf. De volgende interview-fragmenten zijn veelzeggend:

"Er is maar één stadion in de wereld dat kan bieden wat Thialf biedt, en dat is Thialf zelf. De tender ging over één internationale topwedstrijd en topsporttrainingen. Thialf staat er heel sterk in. En internationaal misschien nog wel sterker dan nationaal.

Bovendien is het volgens Derks nog maar de vraag of Almere erin slaagt de jaarlijkse schaatswedstrijd daadwerkelijk binnen te halen. "Als ik afga op de gegevens die ik nu heb, dan lijken de plannen zoals die nu zijn gepresenteerd me uiterst moeilijk realiseerbaar. Thialf is een uniek sportstadion in Nederland. Je bent echt achterlijk als je dat weggooit. Thialf houdt een hele belangrijke status."

Thialf in Heerenveen beschouwt het verliezen van de ‘IJstempel’-tender als slechts een kleine verloren slag in een (eventueel) langdurige oorlog met de Icedôme. Gezien het wankelmoedige opereren van ex-KNSB voorzitter Doekle Terpstra in de afgelopen maanden, is dit helaas wellicht geen slechte strategie

Daarnaast is er het feit dat ijsstadion Thialf en de Friese sporters er soms geen been in lijken te zien om de populistische trom te roffelen en de Icedôme in Almere af te schilderen als een kansloze missie in een naargeestige, saaie omgeving.

‘Image is everything’ en niets is zo moeilijk te bestrijden als een onjuist beeld, dat door bepaalde partijen consequent wordt opgehangen. Menig politicus is gesneuveld op een leugenachtig beeld, dat evengoed zeer bestendig bleek (“u bent een draaikont”). De meest fatsoenlijke kandidaat wint helaas niet altijd.

Daarom ben ik zelf helaas nog allerminst zeker van de loyaliteit van de KNSB in de komende jaren: dit overigens in tegenstelling tot Folkert Buiter, die een rotsvast vertrouwen in KNSB en NOC/NSF heeft.

2. Langebaanschaatsen is verworden tot een té Nederland-georiënteerd feest, waardoor de sport wellicht het risico loopt als Olympische sport afgeschaft te worden.

Hoewel de schaatssport nog een aanzienlijk aantal beoefenaren over de hele wereld heeft, is de Nederlandse dominantie – zowel bij de sporters als bij de commerciële omlijsting ervan– dusdanig, dat dit een gevaar is voor de continuïteit van de sport.

Het intrekken van het mandaat voor langebaanschaatsen als Olympische sport, zou een enorm risico voor de continuïteit van de Icedôme betekenen. Dit valt niet geheel uit te sluiten.

3. Er is nog geen officieel contract getekend voor de Icedome. Hoewel dit waarschijnlijk snel zal gebeuren, vormt dit toch een risico.

4. De ambities van Folkert Buiter en de drang naar perfectie kunnen de Icedôme als investering topzwaar maken. Dit zou een risico kunnen betekenen voor de opbouwkosten en continuïteit van de Icedôme.

5. De mogelijk onwil van de gemeente Almere om voorwaarden als universiteiten, scholen en het CTO financieel en actief te ondersteunen door middel van subsidies en door het bieden van facilititeiten.

Dit punt is hierboven al besproken en dit zou een negatieve impact op de groeimogelijkheden van de Icedôme kunnen hebben.

6. De moeite die het op dit moment kost om de financiering voor dit soort projecten rond te krijgen. Dit punt spreekt voor zich.

7. Mensen zullen het feit dat ze geen eten en drinken mogen meenemen vervelend vinden en hierdoor wellicht de Icedôme links laten liggen.

Hoewel Buiter dit niet als probleem ziet en hiervoor verwijst naar de Amsterdam Arena en de Ziggodome, is er een belangrijk verschil. Sportwedstrijden en popconcerten duren vaak maar enkele uren, terwijl de Icedôme over het algemeen veel langer bezocht zal worden: misschien wel een halve dag tot een dag. Het kopen van drankjes en eten kan dan voor modale gezinnen aardig in de papieren lopen en de Icedôme in een duur dagje uit veranderen. Hiervan kan een afschrikwekkende werking uitgaan.

Voor mij als Almerenaar en iemand die van mensen en plannen met durf houdt, heeft de Icedôme een zeer hoge gun-factor. Ik hoop dan ook van harte dat het plan een groot commercieel en sportief succes wordt.

Tegelijkertijd is dit succes nog allerminst zeker door o.a. de hierboven geschetste, door mij veronderstelde, intrinsieke zwakheden en bedreigingen.


Toch heb ik een groot vertrouwen in de kennis en kunde van mensen als Folkert Buiter en Jakko Jan Leeuwangh. Ik ben Folkert ook dankbaar voor het openhartige ‘kijkje in de keuken’ dat hij mij heeft gegund en ik wens hem veel succes in de komende maanden en jaren.

13 comments:

  1. Waarom zou ondersteunen door de gemeente van de Internationale School een indirecte subsidie zijn?

    ReplyDelete
  2. Technisch gesproken zeg ik dat ook niet: ik spreek van het ondersteunen van de internationale school. Niet als sportsubsidie, maar als schoolsubsidie.

    Dit is als zodanig geen indirecte subsidie voor de Icedome en dit heb ik (volgens mij) ook niet beweerd.
    Het ging bij de Internationale School volgens Buiter om een luttel bedrag van €40.000, waar ik zelf overigens ook vóór ben.

    Het naar Almere halen van een Centrum voor Topsport en Onderwijs en (faculteiten van) universiteiten zal echter een (veel) grotere investering vergen van de gemeente. In mijn ogen is het nog allerminst zeker dat de gemeente Almere dit ook wil doen.

    Het uitblijven hiervan zou een negatieve invloed kunnen hebben op het aantal gebruikers (en dus bezoekers) van de Icedôme en daarom heb ik dat hier genoemd.

    ReplyDelete
    Replies
    1. Dan is het in het artikel wel ongelukkig dat het staat onder het kopje: Afhankelijk van indirecte subsidies waar die Internationale school als voorbeeld genoemd wordt. Alsof het steunen daarvan een indirecte subsidie voor Icedome zou zijn. #onduidelik

      Delete
    2. Onkosten zijn onvolledig;
      naar eigen zeggen zijn de kale kosten van het pand in 30 jaar 250 miljoen, ruim 8 miljoen per jaar. De investering moet ook nog renderen, 4% op geïnvesteerd vermogen is ook 8 miljoen. Energiekosten zijn ook niet gering en erfpacht zijn ook zo maar een paar miljoen. Vaste lasten zijn zo maar meer dan 20 miljoen! Ook zijn de onkosten van de opbrengsten veel te laag. Bij veel grote evenementen stijgen de kosten heel veel, veel meer beveiliging, parkeerwachten e.d.. Al met al zijn de prognoses van de te verwachten bezoekers zoals hierboven vermeld te positief en de kosten te laag. De lange adem van een financier zal dus veel groter moeten zijn als 22 miljoen, ook moet er eerst 200 miljoen opgehoest worden. In deze tijden niet zo simpel....

      Delete
  3. Point taken. Ik had dit aspect van de internationale school wellicht beter buiten beschouwing kunnen laten.

    ReplyDelete
  4. Goed commentaar.

    Ik heb hier overigens op zichzelf ook aan gedacht.

    Punt is dat complex (totale investering ca. €200 miljoen ex onderhoud) aan het einde van de looptijd niet tot 0-waarde wordt afgeschreven, maar dan een (mij onbekende) restwaarde heeft (naar verwachting ergens tussen de €20-€40 miljoen voor terrein plus opstallen).

    Ook worden de onderhoudskosten, die ik zelf op ca. €50 miljoen schat, gedurende de gehele looptijd in rekening gebracht en niet alleen aan het begin van de looptijd. Ook dit verlaagt de vaste kostencomponent.

    Erfpacht is volgens Buiter 4% van €15 miljoen (€600.000 per jaar), dus dat werkt ook niet heel erg kostenverhogend. Volgens Buiter wordt er met €15 miljoen omzet op jaarbasis ca 10% rendement gemaakt.

    Wat ik geprobeerd heb aan te tonen (op basis van deels fictieve gegevens), is dat die €15 miljoen omzet in het begin van de levenscyclus waarschijnlijk nog niet gehaald zal worden en dat de verliezen in de eerste 5 jaar waarschijnlijk significant zullen zijn.

    Ik ben het met je eens dat de kosten voor energie hoog zullen zijn bij de Icedôme en de personeelskosten per extra bezoeker ook vrij fors zullen zijn: forser wellicht dan waarmee ik in mijn berekening rekening heb gehouden.

    Bedankt voor je goede commentaar

    ReplyDelete
  5. Dan nog even een kanttekening over Almere. Almere moet zich opnieuw uitvinden. Her Almere 2.0 van Jorritsma en Duijvestein is voorbij. Het rapport de Krom en de RRAAM geven aan dat de groei aanzienlijk kleiner zal zijn en nauwelijks groter dan geraamd dan de oorspronkelijke plannen van voor de rijks structuurnota 2001. Almere wordt in de RRAAM in 2030 niet groter dan 253000 inwoners. Zelfs deze naar beneden aangepaste groei halen we op het ogenblik bij lange na niet. Almere kromp zelfs in augustus!
    Het rapport de Krom geeft aan dat Almere economisch geen regiocentrum is en dat er zelfs lokaal een negatief economisch saldo is. Almeerders zijn geen schaatsers en aantrekkingskracht heeft de stad nauwelijks voor buitenstaanders.
    Er is door de gemeente zo teveel ontwikkeld dat volgens de Krom er tot 2020 een nul som beleid gehanteerd moet worden, geen nieuwe kantoor-, winkel- of bedrijfspanden alleen ter vervanging van.
    De extra voorzieningen van het Icedome, zoals hotels hebben dus nauwelijks een economische functie voor de stad.
    Deze kanttekeningen maken de financiële horde die de organisatie moet nemen alleen maar groter

    ReplyDelete
    Replies
    1. Ik vond dit commentaar zeer waardevol en ik zal het RRAAM en het rapport van de Commissie De Krom zeker op gaan zoeken via internet (tenzij je een link hebt). Wel heb ik een paar kanttekeningen:

      a. dat Almerenaars geen schaatsers zijn, bestrijd ik. Als het goed vriest, dan krioelt het van de mensen op het Weerwater en in Almere-Haven. Er zijn dus echt wel mensen die plezier beleven aan het schaatsen als vrijetijdsbesteding. Vraag is alleen of de mensen ervoor willen betalen.

      Bovendien is de Icedôme juist ook gericht op het aantrekken van schaatsers buiten de regio en zelfs uit het buitenland. Daarom is het bieden van onderwijs- en sportfaciliteiten ook zo belangrijk voor de strategie.

      b. Rapporten als dat van De Krom c.s. en het RRAAM hebben over het algemeen 'ceteris paribus' als uitgangspunt: als het overige gelijk blijft.

      Wat een plan als de Icedôme kan bewerkstelligen (op een bepaalde schaal), is juist een verandering van de uitgangssituatie.

      In het beste geval kan het juist ook een aanzuigende werking hebben op mensen die - uit onwetendheid of vooringenomenheid- Almere voordien links lieten liggen.

      Dat is juist de stoutmoedigheid van het plan die mij aanspreekt: niet weten of iets werkt, maar het toch proberen!

      Ik wil daar Buiter en Leeuwangh graag credits voor geven!

      Delete
  6. Alleen al de komst van Primark naar Almere heeft stadscentrum 'gered'. Mogelijk dat de komst van Icedôme heel Almere redt. Wie weet?

    ReplyDelete
    Replies
    1. Ik krijg niet de indruk dat Almere gered moet worden van de ondergang.

      Wel kan de stad wat echt nieuwe dynamiek gebruiken en niet het zoveelste Dead On Arrival vastgoedplan als Nobelhorst.

      De detailhandel in Buiten - waar ik woon - ligt behoorlijk met de pootjes omhoog vanwege blinde hebberigheid van de gemeente (betaald parkeren en heel veel overbodig en lelijk vastgoed).

      Icedôme zal in ieder geval de nodige reuring veroorzaken: half Friesland is nu al van de leg en het is nog niet eens gebouwd.

      Delete
    2. Hoewel het dus nog niet zeker is dat Icedôme heel veel nieuwe bezoekers zal trekken, zal het in ieder geval Almere wel bekend maken bij een wat groter publiek. Dat is gunstig voor de stad en voor haar detailhandel, die toch de nodige klappen hebben gekregen in de afgelopen jaren.

      Delete
    3. De website voor de RRAAM is simpel, www.rraam.nl.
      Het rapport de Krom was kortstondig te downloaden echter de buttons zijn verdwenen. Ik heb het wel op mijn computer staan, dus ik kan het jou doen toekomen.
      Dat het plan stoutmoedig is, ben ik mee eens, dat het een economische impuls voor Almere is, zonder meer waar. Alleen heeft Almere een verleden dat een meelevende bewoner nogal sceptisch maakt. De uitzending van Zembla over het retailpark en de rol van burgemeesters en wethouders hierin was een topje van de ijsberg.
      De rijks structuurnota van 2001 waaruit de plannen van Almere 2.0 voortvloeide zijn voorbereid door Jorritsma als minister van economische zaken en worden nu uitgevoerd door haar als burgemeester. In 2009 zijn door Kamervragen de plannen door het CPB opnieuw doorberekend en drastisch naar beneden bijgesteld tot een niveau van voor de oude nota van 2001. En deze nieuwe prognose haalt Almere bij lange na niet en is dus zeker niet negatief, eerder het tegenovergestelde.
      Folkert Buiter is onderdeel geweest van het paarse Almeerse bestuur en dit plan is een vervolg op het topsportcentrum naast de locatie van de Icedome dat faliekant een mislukking is geworden. De internationale school in Poort bleek te sjoemelen met leerling gegevens om te overleven en kan nu alleen maar voortbestaan als een luxe dependance van een bestaande school. De facto is het geen internationale school meer.
      De verbreding van de A6 van 4 naar 10 banen is eigenlijk een volslagen verspilling. De nieuwe groei en de factor vergrijzing laten zien dat de spits (overwegende dat gepensioneerde nauwelijks in de spits reizen) dat er ongeveer 10% meer aanbod komt van verkeer.
      De vergrijzing vraagt ook om een totaal andere woningbouw. Voor sociale woningen zijn jarenlange wachtlijsten. Koopwoningen zijn niet de toekomst. Almere heeft nog steeds in zijn Economic Development Board staan dat zij tot 2030, 100.000 nieuwe banen gaan scheppen, dit zijn officiële doelstellingen van Almere.
      Almere gaat volgens de RRAAM tot 2030 maar groeien met 58.000 mensen.
      Allemaal voorbeelden dat het Almeerse bestuur langzaam een flinke spagaat aan het maken is met beleid en werkelijkheid. Ik ben sceptisch doordat mogelijk de plannen in dezelfde waan van de plaatselijke overheid passen. Want als het mis gaat wie gaat dan de aanpassing van het complex betalen?
      Op kleinere schaal lijkt een vergelijkbaar scenario zich te voltrekken bij de kunstlinie. Het pand staat leeg om een tekort van 200.000E per jaar, maar voor een nieuwe bestemming moet eerst 1,5 miljoen E uitgetrokken worden zonder dat er garanties zijn voor nieuwe exploitatie.
      Dit is maar een korte verklaring van mijn scepsis over deze plannen.

      Delete
    4. Ik ben je zeer dankbaar voor deze informatie. Bepaalde zaken (Zembla) wist ik al, maar je hebt mijn kennis hiermee behoorlijk aangevuld.

      Delete

Blogoria.de

Blogarchief